Van visie naar werkwijze
 
Vanuit onze missie en visie geven we ons wereldwijs Onderwijs de komende jaren vorm middels spelend en ontdekkend leren, waarbij we thematisch werken. We organiseren zo dat kinderen kunnen leren door het observeren en imiteren van de wereld om hen heen. Over wat zij doen, wordt met hen door middel van taal gecommuniceerd.
 
Hierbij is een vorm van zelfsturing nodig. Het ontwikkelen van communicatieve zelfsturing is een belangrijk doel van ons onderwijs. Het is belangrijk voor je persoonsvorming, voor je vermogen tot samenleven en in je toekomstige beroep.
 
Bij het ontwerpen van onze activiteiten hebben we de beoogde opbrengsten steeds goed voor ogen. Deze hebben we weergegeven in een cirkel waarin de (meetbare) resultaten van ons onderwijs in beeld zijn gebracht. We werken altijd met doelen uit de drie verschillende cirkels (taartpunt).

Kern:                        
relatie, competentie, autonomie.
Middelste ring:       
creatief denken, probleem oplossen, computational thinking, informatievaardigheden, ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, communiceren, samenwerken, socials & culture vaardigheden, zelfregulering, kritisch denken.
Buitenring:             
specifieke kennis en vaardigheden (kerndoelen van het onderwijs vertaald in leerlijnen).

 
 
Kinderen leren kritisch denken, leren omgaan met onzekerheden, leren bronnen te bestuderen en te weten wat die waard zijn. De wereld verandert snel, alleen leren van feiten volstaat niet, maar juist leren hoe ze kennis en vaardigheden wendbaar kunnen inzetten en voortdurend kunnen ontwikkelen. Op de St. Jan krijgen de kinderen daarom ruimte voor spelend en ontdekkend leren. Ze gaan werken aan ‘vragen’, ‘klussen’ en ‘prestaties’.
 
Prestaties zijn realistische opdrachten, die uitnodigen tot ontdekken en onderzoeken en aan de hand waarvan nieuwe kennis, ervaringen en praktijken geleerd worden. Hoe reëler het spel, de klus of opdracht, hoe groter de motivatie. De afstand tussen idee en product is klein.
 
Bij het spelend en ontdekkend leren zijn de kinderen actief bezig met hun eigen leerproces. Ze ontwikkelen hun talenten en leren hoe ze die optimaal kunnen inzetten. Ook leren ze zelfstandig denken en handelen. Ze leren initiatieven nemen, plannen, uitvoeren en reflecteren. De leerlingen ontdekken de zin van het leren en ze leren van en met elkaar, waarbij we gebruik maken van de verschillen die er zijn tussen kinderen. 

Kinderen kunnen op deze wijze onderzoekers, ontwerpers, maker en uitvinders zijn. Kinderen leren geloven in zichzelf, geloven in hun eigen mogelijkheden.